DE FAQ
Antwoorden op vaak gestelde vragen.

Attentie a.u.b.: Alle uit te voeren werkzaamheden bij elektrische installaties en verlichting moeten door geautoriseerd vakkundig personeel worden uitgevoerd.

Waarom is er tussen de verschillende brandaansluitpunten een verschil in helderheid zichtbaar?

Details

Mogelijkheid 1:
Oorzaak: Er werden lampen met een verschillende lichtkleur of verschillend vermogen gebruikt.
Oplossing: Het lamptype en -vermogen moet overeenstemmen met het type dat vermeld wordt op de lamp/VE (voorzieningseenheid). Binnen één toepassing moet de lichtkleur homogeen worden gekozen.

Mogelijkheid 2:
Oorzaak: De bedrading tussen het elektronische/conventionele voorschakelapparaat en de lamp bevat fouten. Er is eventueel sprake van contactproblemen.
Oplossing: Ter plaatse de bedrading van de lamp controleren. Controleer of het contact in orde is. Controleer of de lampen conform de gegevens op het elektronische/conventionele voorschakelapparaat werden geïnstalleerd?

Mogelijkheid 3:
Oorzaak: Het elektronische voorschakelapparaat wordt in een niet-gespecificeerd temperatuurbereik gebruikt en probeert door vermogensreductie van de lamp een thermische ontlasting te bereiken („gedwongen dimmen“).
Oplossing: Controleer of bij de betroffen brandaansluitpunten het voorschakelapparaat bij een temperatuur wordt gebruikt die boven de specificatie ligt. Voer constructieve aanpassingen uit om het apparaat thermisch te ontlasten.

Waarom ontsteekt de lamp niet?

Details

De metaalhalidelamp ontsteekt niet en er is ook geen gloeien kort na het inschakelen zichtbaar. Bij apparaten met 2 lampen ontsteken ook beide lampen zich niet. Zelfs wanneer de lamp gedurende een minuut wordt uitgeschakeld, bijv. voor een apparaatinterne reset, doet zich na een nieuwe inschakeling hetzelfde probleem voor.

Mogelijke oorzaken:

Mogelijkheid 1:
Oorzaak: RCD (=aardlekschakelaar, verliesstroomschakelaar of differentiaalschakelaar) of een andere veiligheidsvoorziening in de installatie is geactiveerd.
Oplossing: Controleer de bedrading van het netwerk. Evt. is de isolatie beschadigd. Werd het maximaal toegestane aantal elektronische voorschakelapparaten per zekering bij de installatie in het drie-fase-netwerk overschreden? Controleer of de nuldraad naar alle lampen juist is aangesloten en de contactering correct is. Is er eventueel vocht in de lamp binnengedrongen, waardoor er kortsluiting is ontstaan?

Mogelijkheid 2:
Oorzaak: Fout in de bedrading van het netwerk.
Oplossing: Controleer a.u.b. of de ingangsspanning op de VE (verzorgingseenheid) overeenkomstig het gespecificeerde toepassingsbereik daadwerkelijk aanwezig is. Controleer of de nuldraad naar alle lampen juist is aangesloten en de contactering correct is. Let er ook op dat alle leidingen een correcte verbinding in de klemmen hebben.

Mogelijkheid 3:
Oorzaak: De onherstelbare overbelastingsbescherming in de verzorgingseenheid is geactiveerd. Dit betekent dat het elektronische/conventionele voorschakelapparaat permanent is beschadigd.
Oplossing: Controleer of de lamp(en) op andere brandaansluitpunten functioneert(en). Wanneer dit niet het geval is, moet worden gecontroleerd of de ingangsspanning binnen de specificatie ligt. Wanneer u er zeker van bent dat de nuldraad juist is aangesloten en de contactering correct is, moeten zowel de verzorgingseenheid als de lamp(en) worden vervangen.

Waarom is het licht van de lamp te helder of te donker?

Details

Controleer of de lamp het correcte wattage heeft.

Waarom knippert de lamp?

Details

De maximale levensduur van de lamp is bereikt. Stabiel functioneren is niet meer mogelijk. De lamp moet worden vervangen.

Waarom is de glaskolf van de lamp zwart?

Details

De maximale levensduur van de lamp is bereikt. De lamp moet worden vervangen.

Waarom schakelt de lamp zich na een bepaalde tijd zelf uit?

Details

· De VE (voorzieningseenheid) wordt in een omgeving met een te warme temperatuur gebruikt en schakelt uit om een onherstelbaar defect te voorkomen. Voor een herstart moet de lamp eerst van het netwerk worden losgekoppeld.

· De maximale levensduur van de lamp is bereikt. Stabiel functioneren is niet meer mogelijk. De lamp moet worden vervangen.